MET TWEE MATEN: Sophie Straat bejubelt apartheid zolang het maar in haar straatje past!

Ruim zeventig jaar nadat Rosa Parks weigerde achterin de bus plaats te nemen, worden gewone burgers weer op huidskleur gesegregeerd — dit keer op een Nederlands festivalterrein. ‘Witte mannen naar achteren!’ declameerde Sophie Straat driemaal door de microfoon. Waar muziek doorgaans zalen verenigt, kreeg Straat het voor elkaar om haar optreden op Best Kept Secret om te toveren een inclusieve apartheidsshow. Half Nederland fronste de wenkbrauwen, en bijval kwam vooral van het gebruikelijke koor uit Amsterdam-Oost. Het linkse gebrek aan zelfreflectie toonde wat de naam al verraadde: deze Straat eindigt in een doodlopende weg.

Wie dacht dat het optreden zelf de klap was, kreeg deze week de toegift. Sophie Straat klom in de pen en publiceerde een 1.460 woorden tellend Instagram-epistel, waarin ze zich beklaagt over het uitblijven van ‘publieke solidariteit’. Nederland is in haar ogen ‘neofascistisch’, critici zijn ‘kinderen verpakt in een volwassen lichaam’ en de muzieksector is laf omdat hij geen persverklaringen uitstuurt.

Wie het statement helemaal uitleest — een prestatie op zich — ontdekt vooral iets anders. Hier is niet de stem van minderheden aan het woord, maar een activiste die zo diep in haar eigen theorie is weggezakt dat ze niet meer ziet hoe ze de mensen voor wie ze zegt te strijden de grootste gruwel van dit festivalseizoen bewijst.

Sorteren bij het podium
Even terugspoelen. Eind juni greep Straat tijdens haar optreden in Hilvarenbeek de microfoon voor een staaltje menselijk verkeersmanagement: ‘Ben je vrouw? Ben je queer? Ben je van kleur? Kom naar voren!’ Gevolgd door, driemaal en met klem: ‘Witte mannen naar achteren!’ Het VPRO-platform 3voor12 vond dat zo geslaagd dat het de beelden deelde met de mededeling dat de wereld er een stuk beter uit zou zien als wat meer ‘witte mannen’ zouden plaatsmaken, ‘ja toch?!’ Grotendeels op kosten van de blank-mannelijke belastingbetaler, dat dan weer wel.

Draai het experiment één keer om — een artiest die vrouwen, zwarte bezoekers of homo’s naar achteren blaft — en het land was terecht te klein geweest. Bram Moszkowicz noemde het ‘discriminatie en racisme op basis van geslacht en huidskleur’; Johan Derksen hield het bij Vandaag Inside op ‘gewoon discriminatie’. Daar valt weinig op af te dingen.

Dit is het ongemakkelijke feit dat onder alle theorie vandaan blijft steken. Wie mensen op huidskleur een plek in de zaal toewijst, organiseert apartheid — maar dan met een feministisch keurmerk en ongetwijfeld ergens een subsidieaanvraag. Nelson Mandela zat niet 27 jaar in een cel zodat een Nederlandse zangeres vijftig jaar later opnieuw de rassenscheiding in het leven kon roepen. Martin Luther King liet zich niet door politiehonden bespringen zodat anno 2026 de segregratiebordjes opnieuw konden worden opgehangen. Beide mannen liggen inmiddels te tollen in hun graf. Discriminatie wordt namelijk niet deugdzaam omdat de pijl van richting verandert — maar Sophie Straat vindt van wel, zolang zij maar aan de touwtjes trekt. 

Een hittegolf van eigen gelijk
Neem alleen al haar zeven notitieblokjes tellende Instagram-klaagzang, poëtisch getiteld ‘De hittegolf’. Het leest als een CKV-eindwerkstuk waarvoor de docente huilend een negen uitdeelde: doorleefd, geëngageerd, gelaagd. Straat weigert uit te leggen waarom ‘witte mannen naar achteren’ moesten — dat er überhaupt uitleg wordt gevraagd, vindt zij ‘op zijn zachtst gezegd vermoeiend’. Wél trakteert ze haar volgers op de term ‘FLINTA*-moshpit’. Voor wie geen abonnement heeft op de nieuwsbrief van de genderstudiesvakgroep: dat is inclusief jargon voor ‘witte heteromannen hier ongewenst’.

Straat ontwaart ‘machtsrelaties’ in elke redactie, elk festivalkantoor en waarschijnlijk elk koffiezetapparaat. Ook is ze oprecht verontwaardigd dat een podcastredactie voorrang gaf aan een échte hittegolf boven de hare. Sinead O’Connor wordt geciteerd, het neofascisme gediagnosticeerd, en ergens tussen notitieblok vier en zes voltrekt zich het wonder: het onrecht in de wereld blijkt uiteindelijk bij háár uitgekomen. Applaus voor de eindexamenkandidaat.

Natuurlijk: de doodsbedreigingen en de antisemitische riolering aan Straats adres zijn walgelijk. Maar precies dáár wringt het epistel: het maakt geen onderscheid tussen antisemieten die dreigen en burgers die kritiek hebben. Wie de nieuwe rassenscheiding afwijst, wordt bijgezet tussen de ‘nazi-keyboardheroes‘ van een ‘neofascistisch’ land. Een perfect gesloten systeem: kritiek bewijst het fascisme, applaus bewijst de vooruitgang, en apartheid blijft apartheid.

Een grote gruwel voor minderheden
En dan de kern. Vraag het de verpleegkundige met Surinaamse ouders, de homoseksuele bakker, de Marokkaans-Nederlandse installateur: vrijwel niemand van hen heeft gevraagd om een choreografe die menigtes op kleur en geaardheid herschikt. Gewone mensen — en minderheden zíjn gewone mensen — willen werken, wonen, dansen en verder vooral met rust gelaten worden.

Emancipatie is voor veel minderheden geen wedstrijd waarin de één alleen kan winnen als de ander verliest, en het is al helemaal geen amateuristisch burgeroorlogje waarin bevolkingsgroepen elkaar de zaal uit moeten sturen. Voor Straat zijn minderheden echter geen mensen met een eigen wil, maar levende rekwisieten die ze mag neerzetten waar het haar uitkomt om te bewijzen hoe hard ze deugt: figuranten in háár strijdtoneel. Wie werkelijk gelooft dat een vrouw van kleur pas kan dansen wanneer een blanke man drie meter naar achteren schuifelt, heeft van allebei een opmerkelijk laag beeld. 

Het zou een curiositeit blijven als het bij één zangeres bleef. Maar FVD-Kamerlid Milan Schenk wees er onlangs in de Tweede Kamer fijntjes op dat de afstand van Straat naar staat maar klein is: op ministeries gelden streefcijfers op geslacht en herkomst, de TU Delft mag 30 procent van de plaatsen bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek reserveren voor vrouwen, en via het Charter Diversiteit worden bedrijven aangemoedigd personeel mede op afkomst te wegen. Wie zich afvraagt waar een zangeres het idee vandaan haalt dat sorteren op groepskenmerken vooruitgang heet, hoeft alleen naar de rijksoverheid te kijken, die Straats slogan ‘witte mannen naar achteren’ heeft verheven tot personeelsbeleid.

Doodlopende straat
Straat vroeg deze week waar de solidariteit blijft. Het antwoord is even simpel als pijnlijk: die was er allang, en zij heeft hem eigenhandig opgebroken. Solidariteit stond gewoon in het publiek — schouder aan schouder, blank en zwart, man en vrouw, hetero en homo, verenigd door versterkers en een lauw biertje — totdat iemand met een microfoon besloot dat de menigte eerst gesorteerd moest worden. Haar grootste prestatie tot dusver is dat ze een verdeeld land alsnog wist te verenigen, zij het in ergernis.

Laten we de conclusie dan ook niet mooier maken dan ze is: Sophie Straat is niet tegen apartheid — ze is er alleen tegen zolang ze er niet zelf de baas over mag zijn. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen; Straat maakte er eenrichtingsverkeer van en reed er met een bulldozer overheen. Een rechtse Nederlander die pleit voor apartheid, krijgt de NCTV en het OM achter zich aan. Maar zo’n linkse activist als Sophie Straat zal over een paar jaar — net zoals Kick Out Zwarte Piet — wel op een koninklijk lintje mogen rekenen.

You cannot copy content of this page