
Het plan om de veelbesproken spreidingswet weer in te trekken, ligt onder vuur. De Raad van State, een belangrijke kabinetsadviseur, maakt gehakt van de wet waarmee onder meer JA21 de gedwongen asielopvang wilde terugdraaien. Maar de initiatiefnemers zetten toch door.
Wat willen de partijen met de spreidingswet?
Kort gezegd: het ding in de prullenbak. JA21, BBB, Forum voor Democratie, eenpitter Mona Keijzer en de Groep Markuszower hadden daarom een initiatiefwetsvoorstel gemaakt om de spreidingswet terug te draaien. Dat gaat dus in tegen het kabinetsbeleid én er is geen meerderheid voor in de Tweede Kamer. Niettemin proberen de partijen het.
Zij vinden dat het ‘ondemocratisch is’ dat de landelijke overheid gemeenten uiteindelijk kan dwingen tot de opvang van asielzoekers. Dat standpunt past die partijen natuurlijk als een jas: ze willen allemaal minder asielzoekers naar ons land.
Niettemin geldt, na vele discussies, sinds 1 februari 2024 de zogenoemde spreidingswet, die vooral gemeenten de taak geeft om locaties te vinden waar asielzoekers kunnen worden opgevangen. Het idee: zo worden asielzoekers ‘evenwichtiger’ verspreid en hoeft minder gebruik te worden gemaakt van crisis(nood)opvanglocaties. Die zijn vele malen duurder, bovendien.
Maar de partijen vinden ‘principieel’ dat gemeenten niet gedwongen zouden moeten worden. En ze denken dat zolang er een spreidingswet bestaat, dit ‘de noodzaak’ afzwakt om ‘instroombeperkende maatregelen’ te nemen.
Wat oordeelt de Raad van State precies?
De Raad van State (RvS) is tamelijk vernietigend en zijn oordelen worden in politiek Den Haag doorgaans serieus genomen. Volgens de adviseur is het ‘bepaald niet uitzonderlijk’ dat de Rijksoverheid gemeenten taken opdraagt. Het past binnen ons bestuursbestel, zegt de RvS. Bovendien is de overheid door internationale regelgeving verplicht om voor opvang te zorgen.
Er zou daarnaast een ‘onbeheersbare situatie’ ontstaan als al het beleid wordt losgelaten, vreest de Raad van State. Om die reden waren de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de provincies en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) tégen afschaffing van de spreidingswet.
De adviseurs vinden het ‘ongewenst’ om de wet ter discussie te stellen. „Van de wetgever – regering én parlement – mag verwacht worden rust en ruimte te creëren.” Bovendien geldt de wet pas twee jaar. Dat is volgens de Raad van State te kort om de effecten te zien. Al met al heeft de Raad van State ‘ernstige bezwaren’ tegen het wetsvoorstel. Het advies is om het niet in behandeling te nemen.
Waarom zetten de initiatiefnemers toch door?
JA21-Tweede Kamerlid Simon Ceulemans vindt dat de Raad van State geen klachten heeft over de ‘techniek’ van hun wet, maar denkt dat de adviseurs ‘het gewoon inhoudelijk politiek niet met ons eens zijn’. „Alle argumenten waar de Raad van State mee komt, zijn ook uitgebreid gewisseld in het politieke debat hierover. Wij komen simpelweg tot een andere belangenafweging.”
Zijn redenering is dat de initiatiefnemers het ‘principieel anders zien’ dat gemeenten kunnen worden gedwongen. „Overheden, landelijk en lokaal, werken inderdaad samen. Maar op dit punt staan we echt wel voor de autonomie van gemeenten.”
Ceulemans begrijpt op zijn beurt niet dat de Raad van State vindt dat de instroom van asielzoekers los moet worden gezien van de opvang. „De spreidingswet neemt in onze ogen écht een prikkel weg om de instroom te beperken.” De Raad van State hekelt de ‘koppeling’ tussen spreiding en instroom en noemt deze ‘problematisch’.
De Raad van State schrijft in haar advies: „De vraag in hoeverre instroombeperking als noodzakelijk of urgent wordt ervaren, vergt een zelfstandige politieke en bestuurlijke afweging.” Ceulemans is het daar dus niet mee eens: „Voor ons zijn die twee aspecten verbonden, natuurlijk. Bovendien zou ons voorstel voor maatschappelijke onrust zorgen. Nou, ik denk dat de spreidingswet dat juist doet.”
Wat nog politiek interessant is, is dat oppositiepartij JA21 het minderheidskabinet wel wil steunen om tot meerderheden te komen, maar recent wel het afschaffen van de spreidingswet noemde als voorwaarde daarbij. Dat de coalitiepartijen overstag zullen gaan, is echter eigenlijk ondenkbaar.