Alle meiden uit de buurt vielen voor Jantje Struijs, maar hij was smoorverliefd op zijn juf

50Plus-leider Jan Struijs had een o zo gelukkige jeugd. Al vrat hij weleens iets uit. Pas jaren later ontdekte hij waarom zijn vader hem daar nooit een tik voor gaf. Het had met de Duitsers te maken. „Op 4 mei lag er een schaduw over ons leven.”

Man, hij had een jeugd waar ze van die nostalgische liedjes over schrijven. Voetballen bij VFC, tikkertje spelen, hutten bouwen, ravotten met de jongens. Er was altijd wel iemand om mee te spelen rond de Vlaardingse Sperwerlaan, jaren 60. Peter, Gerard, Astrid, Linda, Nico, Anneke: altijd waren ze op straat. Sommigen ziet-ie nog weleens. Voor uw beeld: arbeidershuisjes, gewassen worden in een teil, nauwelijks auto’s op straat. Zo’n buurt waar niemand rijk was, maar waar de buurt hun rijk was.

En daar was Jan, of Jantje eigenlijk, populair. ,,Hij had een lekkere babbel’’, zegt Astrid van Beukelen, een van die speelkameraadjes van toen. Je had Jan Kreukniet en Jantje Struijs. ,,Jan Kreukniet was dikker, Jantje een schriel mannetje’’, zegt oud-lerares Loecke Vogel. Dus had je Jan, en werd de ander Jantje. Bel z’n oude bekenden en het is nog steeds ‘Jantje dit, Jantje dat’.

Alle meiden uit de buurt vielen voor Jantje. Ik ook. Was verschrikkelijk verliefd toen

Ze verzamelden in de straat bij een betonnen paaltje. ,,Daar zat Jantje dan bovenop. Het was net een troon’’, lacht Astrid. ,,Hij was niet arrogant hoor, maar hij had gewoon altijd wat leuks te vertellen. Alle meiden uit de buurt vielen voor Jantje. Ik ook. Was verschrikkelijk verliefd toen. Hij was gewoon zo ontzettend vriendelijk.’’ Dat paaltje, of die troon dus, staat nu trouwens bij Astrid in de tuin. Gered toen de wijk werd gesloopt.

Vlotte spreker

Jantje was een vlotte spreker. ,,Lezen en schrijven heb ik hem geleerd, praten kon hij altijd al’’, zegt docente Vogel. Jantje zat in haar allereerste klas, inmiddels is Vogel bijna 80 jaar. ,,Maar die eerste klas vergeet je nooit meer. En Jantje zeker niet, dat was een lief mannetje.’’ Nog steeds zien ze elkaar op een jaarlijkse reünie. Daar verklapte Struijs dat hij destijds smoorverliefd was op zijn juf.

Loyaal was-ie, altijd al. Vriendelijk. Gezellig. Zus Tonnie, vier jaar ouder, is nog steeds ‘zijn beste vriendin’. ,,We hebben nooit met deuren geslagen en gaan nog steeds met elkaar op vakantie.’’ Tonnie werd er soms bij geroepen als Jantje en zijn vrienden een meningsverschil hadden. ,,Dan wisten ze niet hoe ze dat moesten oplossen zonder ruzie, en Jan was de enige met een grote zus. Kwam-ie mij halen.’’

Rechercheur en vakbondsleider

Later zou Struijs (1961, Vlaardingen) de wereld overvliegen als rechercheur, daarna als vakbondsleider. Die reislust kwam pas later, weet Tonnie. Thuis was er geld voor één vakantie per jaar. Naar Limburg, in hun NSU, een klein Duits autootje. ,,Maar dat was niks voor Jan, die had al heimwee als we de straat uit reden. Eenmaal thuis rende hij de straat in, naar zijn vriendjes.’’

De hang naar het onbekende was van later. Eerst ging hij in dienst, daarna naar de politieacademie. Struijs werd rechercheur, jagend op ‘boeven’, tot in Suriname. Daarna werd hij het gezicht van de politievakbond. En als toetje dus een loopbaan als politicus. Misschien dat het avontuurlijke van z’n vader – ooit zeeman – kwam. En stamde zijn hang naar gelijkheid als vakbondsleider en 50Plus-voorman uit het ‘rooie’ nest waar hij uit kwam? Wellicht, speculeerde hij eens.

Bitter randje

Toch zat er een bitter randje aan de zorgeloze jeugd, al was Struijs zich daar toen niet altijd van bewust. Later zou hij er een boek over schrijven: over hoe zijn familie werd geraakt door de oorlog. De familie van zijn ene opa werd vermoord door de SS, de ander kwam wegens verzetsdaden in Jappenkampen terecht.

Die opa gilde nadien in zijn slaap en greep naar de fles. Er werd niet veel over gesproken. Evenmin over hoe bij de vader van Struijs de Duitsers tot zestien keer toe een inval deden, op zoek naar familieleden die in het verzet zaten. Getrokken pistolen, geschreeuw.

Pa was verdrietig als hij aan de oorlog dacht. De onmacht

Corrigerende tik

Vader kon er later niet meer tegen als hij geweld zag. Zéker niet tegen kinderen. Een kind dat een corrigerende tik kreeg, nee, dat kon pa Struijs niet verteren. Dan sprak hij iemand daar op aan. Het is precies waarom Struijs, die zelf weleens in een knokpartijtje terechtkwam, als kind niets te vrezen had van zijn vader.

,,Pa was verdrietig als hij aan de oorlog dacht. De onmacht’’, zegt Tonnie. Op 4 mei tijdens de herdenkingen, gingen pa en ma ‘een ommetje maken’. Volgens Struijs zelf was het de enige treurige dag van het jaar: ,,,Op 4 mei lag er een schaduw over ons leven.’’

Maar een dag later werd er weer gevoetbald. Of tenten gebouwd. Alle buurmeisjes en jongens op een kluitje. En Jan op zijn paaltje.

You cannot copy content of this page