DE FINANCIËLE BALANS: Nederland als pinautomaat van de wereld: hoe ontwikkelingshulp ons definitief armer maakt!

Nederland is gebouwd op een simpele belofte: wie werkt, spaart en zich aan de regels houdt, mag erop vertrouwen dat de overheid er is als het echt nodig is. Maar die belofte staat onder druk. Terwijl de zorg duurder wordt, de woningnood groeit, het consumentenvertrouwen al jaren in het rood staat en steeds meer Nederlanders moeite hebben om rond te komen, blijft er jaarlijks miljarden aan belastinggeld naar buitenlandse organisaties, VN-clubs en ontwikkelingshulp stromen. In deze analyse legt Eric Ypma bloot hoe de verzorgingsstaat volgens hem is losgeraakt van zijn oorspronkelijke opdracht: eerst zorgen voor de eigen burgers, voordat Nederland de geldsluizen naar de rest van de wereld openzet.

Voordat onze verzorgingsstaat ontstond waren Nederland en België in de 19e eeuw beide nachtwakersstaten. De nachtwakersstaat is een staat waar de overheid zich zo weinig mogelijk bemoeit met de burgers. De uitvinders van dit systeem, Franse economen, noemden dit ‘laisser faire’, Frans voor ‘op zijn beloop laten’. De enige taak van de overheid was in beginsel het garanderen van de veiligheid van de inwoners door het zorgen voor politie en krijgsmacht. Daarnaast bestaan er een aantal wetten om de rechtsorde te handhaven. Kortom: een staat die zich alleen bezighield met wat er binnen de geografische grenzen gebeurde en de burgers zoveel mogelijk met rust liet en er al helemaal geen hobby’s op nahield, zoals bijvoorbeeld het financieren van buitenlandse organisaties via ontwikkelingssamenwerking.

Later veranderden deze landen in verzorgingsstaten, nadat de eerste sociale wetten waren ingevoerd en leidde dit gestaag tot een enorme uitbreiding van de publieke sector. Het online journalistiek platform De Correspondent vatte de transformatie van nachtwakersstaat naar de verzorgingsstaat samen in een aantal grote stappen. 

  1. Mensen woonden in krotten, want ze hadden geen woningen, dus bouwden we woningen (de Volkshuisvesting, 1920).
  2. Ouderen waren arm, want ze hadden geen geld, dus gaven we ze geld (Noodwet van Drees, 1946).
  3. Mensen kregen geen werk, want er waren geen banen, dus maakten we banen (conjunctuurpolitiek, 1945-1976).
  4. Er heerste armoede, want mensen hadden geen inkomen, dus gaven we ze een inkomen (de WW, Algemene bijstandswet, 1965).

Tot zover ging alles goed, totdat de verzorgingsstaat begin jaren tachtig in de problemen kwam toen de omvang en uitgaven niet langer houdbaar bleken door economische tegenwind.

De verzorgingsstaat in de problemen
Een verzorgingsstaat biedt vele voordelen, zoals sociale zekerheid en een vangnet voor mensen in nood. En deze zekerheden konden lang door de overheid gefinancierd worden, mede door ‘gratis’ gas uit Groningen. Nu deze inkomstenbron is weggevallen en de zorgsector kampt met te hoge kosten (zonder dat zorgfraude wordt aangepakt) naast de structureel hogere kosten voor de energietransitie, defensie en sociale zekerheid hebben deze factoren geleid tot een discussie over de betaalbaarheid en inrichting van de verzorgingsstaat. 

Progressief Nederland (PRO) vindt ook de vergrijzing een probleem, dat is discutabel, niet discutabel is dat de groep allochtone AOW’ers, de afgelopen decennia sterk is gegroeid, van zo’n 20.000 in 1995 tot inmiddels zo’n 865.000 (1e en 2e generatie) en dat Nederland op 1 januari 2025 5,1 miljoen inwoners telde met een migratieachtergrond (voorheen noemden we die allochtonen), op een totale bevolking van ruim 18 miljoen een groep, waaronder veel statushouders, die structureel oververtegenwoordigd is in de bijstand.

Er heerst een debat over de vraag of de uitgebreide sociale voorzieningen, de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van burgers ondermijnen, waarbij men afhankelijker wordt van de overheid. En de overheid zelf heeft een bureaucratische complexiteit van sociale vangnetten opgetuigd, waarbij de toeslagenaffaire heeft aangetoond dat uitvoering van regelingen, zoals het toeslagenstelsel, ernstige tekortkomingen kent en soms averechts werkt. De verzorgingsstaat die alles voor ons oploste is onbetaalbaar gebleken. 

Dat de verzorgingsstaat in Nederland definitief voorbij is, is nog niet echt ingedaald. We moeten een stapje terug doen, en in dat proces speelt de overheid een belangrijke rol door geld aan de juiste zaken te besteden. Maar helaas wordt Nederland geleid door visieloze technocraten die haar kerntaak, het zorgen voor de bestaanszekerheid van de Nederlandse burgers en bedrijven, verkwanselt en door een obsessie met klimaat, woke, asielopvang en de-industrialisatie Nederland aan het omtoveren is in een derdewereldland.

En de gewone burger heeft steeds minder vertrouwen in de huidige stand van zaken. Maandelijks meet het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) het zogeheten consumentenvertrouwen. En dat sentimentcijfer staat al sinds augustus 2019 onafgebroken in het rood. Bijna zes jaar lang telt Nederland meer pessimisten dan optimisten. Teruggaand in de CBS-statistieken belanden we dan in de jaren zeventig en tachtig. Ten tijde van de oliecrisis en de economische crisis was het consumentenvertrouwen maar liefst elf jaar op rij negatief, van 1974 tot en met 1985.

1. Nederlands belastinggeld (11,1 miljard) dat wegvloeit naar buitenlandse organisaties
Juist nu de problemen in Nederland de pan uit rijzen en er 1,6 miljoen mensen rond de armoedegrens leven moet de overheid terug naar de tijd dat Nederlandse burgers centraal staan bij de overheidsuitgaven, en de overheid slechts ondersteunend is. zoals dat de kern was bij de nachtwakersstaat. Al met al een noodzaak voor hervormingen zoals bijvoorbeeld bij het departement van Buitenlandse Zaken waar 11, 1 miljard euro buitenlandse bestemmingen heeft. Nederland moet terug naar het systeem van het zuurstofmasker in een vliegtuig: zet dan altijd eerst je eigen masker op voordat je anderen helpt, als je zelf geen lucht meer hebt, kun je niemand helpen. Een identieke insteek geldt voor de financiële huishouding van een overheid in plaats van de geldsluizen open te zetten voor buitenlandse organisaties.

Het eerste waar we afscheid van moeten nemen is de achterhaalde organisatie van de Verenigde Naties die kampt met een aanhoudende liquiditeitscrisis, verdeeldheid tussen grootmachten en die amper effectief is bij het de-escaleren van conflicten. Naties waar de permanente leden China en Rusland als enig doel hebben alleen maar dwars te liggen. En waar de Italiaanse Francesca Albanese (speciaal V.N rapporteur voor mensenrechten in Palestijnse gebieden) qua antisemitisme niet onder doet voor leden van IS en Hamas. 

En in maart dit jaar was er de resolutie die Ghana, in het verleden zelf een natie van slavenhandelaars, indiende in de Algemene Vergadering van de VN. Die stelt dat de trans-Atlantische slavernij de ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit was, en dat de enige weg naar herstel van deze historische onrechtvaardigheid bestaat uit herstelbetalingen door westerse landen, aan Afrika en aan de ‘nazaten’ van slaven. De resolutie werd aangenomen.

Van de Westerse landen stemden alleen de VS, Israël en Argentinië tegen. De hele EU en alle overige westerse landen en Japan, 52 landen, onthielden zich van stemming. Dit gaat weer een bedrag met minimaal 11 nullen worden voor de boetedoening van het Westen. De V.S heeft al het goede voorbeeld gegeven door afscheid te nemen van 31 V.N organisaties met een hoog woke gehalte. Goed voorbeeld doet goed volgen. 

Mocht Trump besluiten uit de NAVO te stappen dan heeft ook deze organisatie nog maar één doel: zichzelf opheffen. Waarom zou de V.S als veruit de grootste financier van deze verdragsorganisatie met 348 miljoen inwoners voor de veiligheid van 450 miljoen EU inwoners, met daaronder wanbetalers als Spanje, moeten opdraaien? Zonder de steun van de V.S heeft de NAVO geen bestaansrecht meer. Opheffen dus, de NAVO is al dood, mede doordat Europa de enige wereldmacht is die zichzelf zwakker maakt dan het is. 

2. Nederlands belastinggeld (1,7 miljard) dat wegvloeit naar ontwikkelingshulp
In 1949 begon Nederland, vlak na de wederopbouw, met het verlenen van ontwikkelingshulp dat kwam voort uit een combinatie van geopolitieke belangen (koude oorlog) en de wens om armoede en ongelijkheid wereldwijd te bestrijden. Intussen lijkt het wel of barmhartigheid voor vreemdelingen zo heilig is geworden dat er geen ruimte meer is voor medemenselijkheid voor onbekenden in eigen land. Deze dogmatische houding bij armoede en ongelijkheidbestrijding heeft inmiddels lang genoeg geduurd en het is nu de tijd om de armoede in eigen land te bestrijden en voor de eigen inwoners op te komen. En vooral te schrappen in de 1,7 miljard euro die naar ontwikkelingswerk gaat.

Volgens de Europese norm en de norm van de V.N (uit 1970) zou elk land 0,7% van het BNP (Bruto Nationaal Product) aan ontwikkelingssamenwerkingen ‘moeten’ besteden. Nederland is een van de weinige landen die dat percentage haalt. Alleen Noorwegen, Zweden, Luxemburg en Denemarken zitten ook op of boven de internationale norm. Volgens critici is hulp niet effectief, omdat het geen effect heeft op de economische groei van een land. Afrikaanse landen die veel hulp gekregen hebben, tonen immers lagere groeicijfers.

Een tweede kritiekpunt is dat hulp corruptie bevordert, slechte leiders in het zadel houdt en democratie ondermijnt. Een derde kritiekpunt is dat er te veel ontwikkelingshulp ‘aan de strijkstok’ zou blijven hangen. Daar wordt mee bedoeld dat ontwikkelingshulp vooral opgaat aan organisatiekosten, zoals salarissen en auto’s van Westers personeel. Het geld komt daardoor niet terecht bij de armen. Een vierde kritiekpunt is dat organisaties, overheden en onderzoeksinstanties de hulp slechts indirect aantonen en geen directe bewijzen openbaar maken. Er is gebrek aan directe bewijslast, zoals steekproeven die tellen of iets bestaat of niet.

3. Nederlands belastinggeld (8 miljoen) dat wegvloeit naar terrorisme 
D66-Minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) maakte in het voorjaar bekend alsnog 8 miljoen euro extra subsidie voor de VN-organisatie UNRWA te willen regelen, nadat hij de Kamer eerder had wijsgemaakt bezuinigingen door te voeren. UNRWA wordt gelinkt aan de terreurbeweging Hamas en kreeg van D66 extra terreurfinanciering in ruil voor een wet die het de VVD mogelijk maakt om op andere Ngo’s als Extinction Rebellion en de Gaza-gekkies te kunnen gaan jagen.

UNRWA (United Nations Relief and Works Agency) en Hamas hebben als hun core business het beïnvloeden van de publieke opinie en politici en vinden in D66, besmet met het Kaag-virus, een partij die graag ons belastinggeld schuift naar gebieden waar het geweld tegen Joden en onderdrukking van de eigen populatie welig tiert.

D66 is en blijft een elitair clubje met veel woke gebrul met idealen zoals verregaande Europese integratie, klimaatmaatregelen en immigratie. Likkebaardend spreekt over het halveren van de Nederlandse veestapel en met de rug naar de verzorgingsstaat en haar inwoners staat die directe zorgen heeft zoals de betaalbaarheid van het levensonderhoud, de woningnood en culturele identiteit.

“Ontwikkelingshulp moet gericht zijn op het overbodig maken van ontwikkelingshulp.” – Kofi Annan (voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties)

You cannot copy content of this page