IDENTITEITSPOLITIEK: Joan Nunnely wethouder in Rotterdam, maar lokale besturen blijven opvallend wit!

Afgelopen donderdag vond in de Rotterdamse gemeenteraad een spraakmakende wending plaats, waarbij de Surinaams-Nederlandse Joan Nunnely de voorkeur kreeg boven de voorgedragen wethouder Eva Heijblom. Het roept vragen op over de diversiteit van lokale besturen. „Partijen denken er te laat of helemaal niet over na”, zegt politicoloog Zahra Runderkamp.

Een stad die ruim 170 nationaliteiten telt, kan anno 2026 geen stadsbestuur hebben met bijna uitsluitend witte mensen. Dat zei Joan Nunnely (D66) twee weken geleden. Ze kreeg steun van onder andere Denk, waar tijdens de vorming van het nieuwe college steevast over ‘withouders’ werd gesproken in plaats van wethouders.

Donderdag werd de in Suriname geboren Nunnely verrassend gekozen tot wethouder. De door D66 voorgedragen kandidaat Eva Heijblom werd weggestemd. „Zoiets is volgens mij nog nooit eerder gebeurd in Nederland”, zegt onderzoeker en politicoloog Zahra Runderkamp van de Universiteit van Amsterdam.

Wit stadsbestuur, diverse stad

Het overwegend witte stadsbestuur in Rotterdam is geen uitzondering. Het aantal mensen met een migratieachtergrond in colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden ligt veel lager dan onder de rest van de bevolking, zegt Runderkamp. Ze verwijst naar de onderzoeken ‘Staat van Bestuur’ van de Rijksoverheid en ‘Hoe divers zijn onze gemeenteraden’ van politicoloog Floris Vermeulen.

„Over heel Nederland was het percentage raadsleden met een migratieachtergrond in 2023 5,9 procent. Dat is echt heel laag als je bedenkt dat een kwart van de inwoners van Nederland een migratieachtergrond heeft.” Het percentage was bovendien nagenoeg hetzelfde als in 2016 (6 procent), terwijl het percentage personen met een migratieachtergrond in Nederland in die tussenliggende periode verder steeg. In de vier grote steden lag het percentage wel fors hoger (31,7 procent), maar bleef het nog altijd achter vergeleken met de bevolking (53,3 procent).

Over de achtergrond van wethouders in Nederland zijn geen exacte cijfers bekend, maar Runderkamp weet dat die percentages nog lager liggen. „Ik heb afgelopen maart zelf het aantal vrouwelijke wethouders en burgemeesters van kleur geteld. Dat waren er 10 op 1708, dus 0,6 procent. Bij de mannen is dat ongeveer gelijk.”

Het ministerie van Binnenlandse Zaken noemt het profiel van de lokale politicus ‘eenzijdig’. Runderkamp: „Eigenlijk is het gemiddeld genomen een witte man, 50-plus, theoretisch opgeleid. Dat zien we over heel Nederland.” Is dat in omringende landen anders? „Daar is weinig over bekend. Wel weten we dat Nederland, als het gaat om het parlement, relatief divers is. Daar doen we het op dit vlak best goed.”

Hoe zit het met het aanbod? Willen mensen met een migratieachtergrond wel de gemeenteraad in, of wethouder worden?

„Het is een wisselwerking. Het klopt dat mensen met een niet-westerse achtergrond minder vaak de ambitie hebben om de lokale politiek in te gaan. Maar dat kunnen we niet los zien van het feit dat ze ook geen rolmodellen hebben. En daardoor komen onderwerpen die ze belangrijk vinden weer minder vaak aan bod. Het versterkt elkaar.”

De voormalige burgemeester van Rotterdam en de huidige burgemeester van Arnhem hebben een Marokkaanse achtergrond. Is er geen sprake van een ‘Aboutaleb-effect’ of een ‘Marcouch-effect’?

„Dat zou best kunnen, want het past in die rolmodellentheorie. Maar dat is vooralsnog moeilijk hard te maken. In elk geval is het belangrijk dat deze twee mannen er zijn.”

Hoewel het onderwerp volgens Runderkamp wel beter op de agenda staat, is er van een trendbreuk nog lang geen sprake. „We kabbelen voort. Nu overal de colleges worden gevormd, is er bijvoorbeeld verbazing over het tegenvallende percentage vrouwelijke wethouders, dat nog lager gaat eindigen dan het voor de verkiezingen was. Voor mensen met een migratieachtergrond geldt hetzelfde. We hebben het er nu over, dat is belangrijk. Maar we kunnen niet zeggen dat er een kentering aan zit te komen. Het gaat op dit vlak gewoon helemaal niet goed.”

Diversiteit in de lokale politiek is om meerdere redenen belangrijk, zegt de onderzoeker. „Het gaat hier niet om het bedrijfsleven, maar om de politiek. In Rotterdam bijvoorbeeld heeft de helft van de mensen een migratieachtergrond. De kwaliteiten, ervaringen en perspectieven van die mensen wil je ook vertegenwoordigd zien aan de bestuurstafels. Anders dreigen blinde vlekken in de politiek. Er worden namelijk wel besluiten genomen voor héél Rotterdam.”

Wat moet er gebeuren om de percentages op te schroeven?

„In Rotterdam zie je nu dat het wel héél laat aan de orde kwam. Pas toen de voorgenomen ploeg bekend werd, viel het op dat die geen goede weerspiegeling was van de stad. Dat is laat en heeft ook direct persoonlijke consequenties.”

„Daarnaast zit het ook in het Nederlandse politieke systeem. Als elke partij één of twee wethouders gaat zoeken, kijken ze eerst in hun eigen netwerk. Bijvoorbeeld mensen die lang in de raad hebben gezeten. Dat zijn dan weer vaak mannen. Partijen denken: die andere partij komt wel met iemand van kleur of ze denken er helemaal niet over na. Dan kan de uitkomst zijn dat alle kandidaten dezelfde achtergrond hebben. Communiceer dus met elkaar, tijdig.”

„Je kunt ook denken aan een vooraf afgesproken quotum. Maar het begint al bij de partijlidmaatschappen en de kieslijsten. Als je daar begint met buiten de gebaande paden te kijken, gaat het uiteindelijk vanzelf.”

You cannot copy content of this page