Lokale anti-azc-agressie brengt kabinet in verlegenheid: wat is de oplossing?

Een brandende auto, bekladde huizen (‘hoer!’): azc-protesten laaiden dit weekend weer op. Lokale bestuurders spreken er schande van, maar weten ook: protesten lonen steeds vaker. Zeker nu het politiek Den Haag nog niet lukt de instroom te beperken.

‘Onacceptabel’, ‘verwerpelijk’, ‘vreselijk’: burgemeesters van het Overijsselse Geesteren en het Brabantse Engelen en Bokhoven stonden paraat om dit weekeind azc-protesten af te keuren. In Geesteren werd de auto van statushouders in brand gestoken, in Brabant werden woningen beklad met scheldwoorden, omdat de eigenaren ervan vóór asielopvang in hun gemeenten waren.

Alles voltrekt zich in het asieldossier via wetmatigheden. Dat gaat ongeveer zo. Stap 1: Er zijn azc-protesten, al dan niet mede aangewakkerd door landelijke politici. Om maar iets te noemen: PVV-leider Geert Wilders protesteerde in mei nog in Engelen, waar nu dus ‘hoer!’ en ‘azc-nee’ op woningen werd gekalkt.

Stap 2: Lokale bestuurders spreken hun verontwaardiging uit.

Stap 3: Burgemeesters kijken naar Den Haag voor een structurele oplossing.

Stap 4: De onrust houdt aan, omdat die oplossing op zich laat wachten. En van daar is het terug naar Stap 1: protesten.

Want het kabinet-Jetten zet zijn geld voor de langere termijn op het terugdringen van de instroom. Kansloze asielzoekers moeten eerder worden afgewezen (denk ook aan het EU-migratiepact), procedures moeten sneller en opvang moet veel vaker niet meer in óns land, maar in de regio van herkomst plaatsvinden. Maar die systeemwijziging laat nog geen resultaten zien.

Precies wat actievoerders hopen te bereiken

Dus keert stap 1 (protesten) nog steeds terug. En die werpen inmiddels, wrang genoeg, ook vaker vruchten af. Zeker bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in maart wonnen in zeker 43 gemeenten partijen die zich expliciet tegen asielopvang hadden uitgesproken de verkiezingen.

Bij de formaties voor gemeentebesturen, zie je het effect: nieuwe coalities beloofden in hun akkoorden ‘geen asielzoekers’ meer te gaan opvangen. Het is precies wat de actievoerders hopen te bereiken.

Al moet gezegd: deskundigen, juristen en hoogleraren bestuurskunde struikelen over elkaar om te zeggen dat helemaal tegenhouden van asielopvang niet kán. De reactie vanuit Den Haag kwam dan ook in juli: minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) begon met naming and shaming. Hij publiceerde een lijst met namen van tien gemeenten die ‘te weinig’ asielopvang regelen. Zij werden op het matje geroepen en zullen de hete adem van de minister gaan voelen.

Tegelijk zeggen enkelen van hen: help ons dan. Zoals in Ter Apel, of bij het COA, loopt het de bestuurders over de schoenen. Het kabinet beloofde plechtig – net als het vorige trouwens – de instroom te doen dalen, maar dat vergt een lange adem.

88.000 opvangplaatsen nodig

Ter illustratie: het kabinet gaat ervan uit dat er de komende twee jaar 88.000 opvangplaatsen nodig zijn voor asielzoekers. Dat aantal wordt nu nog bij lange na niet gehaald: op dit moment zijn er ongeveer 75.000 plekken beschikbaar, maar daarvan verdwijnen er de komende tijd ook weer een aantal. Ofwel: de krapte houdt nog wel even aan, zeker nu het verzet in meer gemeenten wortel schiet.

Verantwoordelijk minister Van den Brink rest ondertussen niets dan rust te prediken, twijfelende gemeenten over te halen en weigergemeenten tot de orde te roepen.

„Het gaat nooit snel genoeg, maar de wetsvoorstellen die we de afgelopen drie maanden aangenomen hebben gekregen, zijn meer dan wat er opgeteld de driehonderd maanden daarvoor is gebeurd”, zei hij onlangs nog in een interview. In het najaar moet er effect te zien zijn, van strenge regels voor nareizigers. „We zullen in het najaar wel degelijk zien dat de instroom daalt.”

De burgemeesters , de demonstranten: ze zullen het hopen. Maar die woorden bezweren de onrust ondertussen niet.

You cannot copy content of this page