
Op de foto van de Navo-top deze week viel het weer op. De weinige vrouwelijke leiders in de EU zitten er vooral namens rechtse partijen. Dat is geen toeval: „Ze denken: als je als vrouw binnen zo’n mannenbolwerk boven komt drijven, moet je wel heel goed zijn.’’
Woensdag was het weer zover: tijd voor de traditionele ‘familiefoto’ aan het eind van de Navo-top. Het is een bekend beeld, van een zee aan mannen in donkere pakken. Tussen de 32 wereldleiders staan maar vier vrouwen. Ondanks allerlei goede voornemens lukt het in de politieke wereldtop nauwelijks om meer vrouwen aan de knoppen te krijgen.
De vrouwen die de hoogste regionen van de politiek wel halen, doen dat vaak namens conservatieve of radicaal-rechtse partijen. Dat geldt op de Navo-top voor de Italiaanse premier Giorgia Meloni van het radicaal-rechtse Fratelli d’Italia en de Duitse EU-voorzitter Ursula von der Leyen, die uit de conservatieve CDU voortkomt.
In de toekomst hoopt ook de Franse politica Marine Le Pen ertussen te staan: deze week werd bekend dat zij, ondanks een veroordeling wegens fraude met EU-geld, toch mee mag doen aan de presidentsverkiezingen volgend jaar.
In het Verenigd Koninkrijk hoopt Kemi Badenoch de conservatieve partij terug naar het centrum van de macht te brengen. In Duitsland voert Alice Weidel de peilingen aan als lijsttrekker van de radicaal-rechtse AfD.
Het begint op te vallen. De rechtse hoek die altijd bekend stond als aartsconservatief mannenbolwerk schuift nu de ene na de andere powervrouw naar voren. Op links blijven vrouwelijke leiders zeldzaam, terwijl de partijen in hun programma’s juist hameren op gendergelijkheid. Hoe zit dat?
Alsof ze er voor het eigen gewin zitten
Rechtse vrouwen hebben de politieke wind in de rug, bevestigt Catherine de Vries, hoogleraar politicologie aan de IE Universiteit in Madrid. Voor linkse vrouwen zit het tij tegen. „Zij wekken sneller de indruk dat ze er voor eigen gewin zitten’’, legt De Vries uit. „Omdat ze het vaak over emancipatie hebben, lijkt het eerder alsof ze een soort vakbond voor zichzelf spelen. De linkse achterban heeft daar geen moeite mee, maar het midden trek je op die manier niet.’’
Voor rechtse politici helpt het vrouw-zijn juist bij het meekrijgen van kiezers uit het midden naar de rechterflank. Rechtse partijen staan bekend als hard, zegt De Vries, vooral op onderwerpen als migratie en integratie. „Over vrouwen leeft het stereotype dat ze zacht zijn. Dat is heus niet altijd waar, maar toch maken vrouwen de opvattingen van rechtse partijen daardoor acceptabel voor een breder kiezerspubliek.’’
In de Franse politiek bestaat er zelfs een speciaal woord voor het proces, bedacht nadat Marine Le Pen haar vader Jean-Marie in 2011 opvolgde. Het was tijd voor dédiabolisation, oftewel: ont-demonisering.
Marine Le Pen gooide de extreemste mensen – ook haar eigen vader – uit het beruchte Front National, veranderde de naam (Rassemblement National) en gaf de partij een vriendelijker gezicht. Met succes: volgend jaar doet zij een serieuze gooi naar het presidentschap van Frankrijk.
Vrouwelijke kiezers stemmen nu vaker rechts
De rechtse verschuiving naar vrouwen is niet alleen bij de leiders zichtbaar, maar ook onder kiezers, zegt Manuela Caiani, hoogleraar politicologie aan de Scuola Normale Superiore in Pisa. „Vroeger waren kiezers van rechtse partijen veel vaker man, maar in Italië is dat gat volledig verdwenen.’’
Ook in andere landen stijgt het aandeel vrouwelijke kiezers op (radicaal-)rechts. Logisch dus dat de partijen daarop proberen in te spelen door vrouwelijke kandidaten naar voren te schuiven. Het is niet zo dat vrouwelijke kiezers altijd liever op een vrouw stemmen, zegt Caiani. Maar een vrouw in een rechts-conservatieve partij trekt wel de aandacht. „Dat telt in deze tijd van sociale media mee, omdat partijen meer om één persoon draaien.’’
Maar zouden linkse en gematigde vrouwen daar dan niet ook van moeten profiteren? Op papier wel, maar linkse partijen hebben weer een ander probleem, zegt Catherine de Vries. Hun leiders, man of vrouw, staan sowieso vaker ter discussie. „In linkse en middenpartijen is meer openlijk debat binnen de partij”, legt De Vries uit. „Rechts is vaak meer top-down georganiseerd. Daardoor stralen die partijen meer eenheid uit en staat hun leiderschap sterker.’’
Doordat rechtse politici elkaar onderling minder de maat nemen, zijn ook kiezers minder bezig hen te betrappen op tegenstrijdigheden tussen politiek en privé. Het levert soms bizarre contrasten op, maar daar kraait geen haan naar.
Kijk naar de Italiaanse premier Giorgia Meloni, die vurig voor het traditionele gezin opkomt, maar zelf als alleenstaande moeder leeft.
Of de Duitse AfD-leider Alice Weidel: zij woont met haar vrouw en kinderen in Zwitserland, en voert tegelijk campagne tegen het homohuwelijk en migratie. Het kost de vrouwen geen stemmen.
Wie de top wil halen, moet tegen een stootje kunnen, en voor vrouwen geldt dat nog net iets meer. Vrouwen krijgen online bakken met haat over zich heen. Daar gaan rechtse vrouwen anders mee om dan linkse, ziet politicoloog Zahra Runderkamp (gepromoveerd aan de UvA).
Links en rechts kijken anders naar haat
De haat richt zich niet duidelijk meer op links of rechts, maar juist het sterkst op het politieke centrum en coalitiepartijen, blijkt uit onderzoek. Maar linkse en rechtse vrouwen met politieke ambities beleven de negatieve reacties wel heel verschillend. „Linkse vrouwen zien het als maatschappelijk probleem, een bedreiging voor de democratie. Rechtse vrouwen daarentegen eerder als een barrière waar zij als individu overheen moeten stappen.’’
Die persoonlijke strijd past perfect bij het wereldbeeld van rechts. Vooral radicaal-rechtse partijen beschouwen zichzelf toch al graag als de underdog, die het als enige durft op te nemen tegen de gevestigde politiek.
Voor een rechtse vrouwelijk leider komt daar nog een ‘underdog-status’ bij: zij moet het eerst intern tegen conservatieve mannen opnemen. Ze is de onwaarschijnlijke winnaar van de machtsstrijd binnen de partij. Daarmee profiteert ze extra van de underdog-rol, legt hoogleraar De Vries uit. „Kiezers denken: als je als vrouw binnen zo’n mannenbolwerk boven komt drijven, moet je wel heel goed zijn.’’