
Twee mannen van 48 en 45 jaar werden dinsdag vrijgesproken van verkrachting van een 17-jarig meisje in een auto op een parkeerplaats in Nieuwegein. Dat leidde tot veel reuring, want: hoeveel bewijs moet je hebben? Zeven vragen om dit enigszins te snappen.
Waarom roept deze zaak zoveel woede op?
Twee mannen van dik in de 40 die een dronken meisje van 17 jaar naar een parkeerplaats meenemen en daar in de auto seks met haar hebben. Dat riekt meteen naar misbruik. En zélfs als er niks strafbaars zou zijn gebeurd, voelt het aan alle kanten fout. Zij zo oud, dat meisje zo jong. Ze hadden sowieso van haar af moeten blijven, is het gevoel.
Is seks met een minderjarige van 17 dan niet sowieso verkrachting of misbruik?
Nee. Als ze 15 was geweest waren de mannen hoe dan ook fout geweest. Maar seks met 16- of 17-jarigen is voor een volwassene niet per definitie verboden. Als het vrijwillig is, uiteraard.
Na thuiskomst belde de 17-jarige een vriendin om te vertellen dat ze was verkracht. En er bleek later ook nog steunbewijs te zijn in de vorm van sperma-sporen. Waarom geen veroordeling dan?
Omdat niet duidelijk is dat ze niet wilde. Tegenover de politie heeft ze verklaard dat ze zich niet had verzet. Bovendien, en dan wordt het een beetje technisch, is het Openbaar Ministerie gegaan voor dat stukje in de wet dat gaat over ‘misbruik maken van iemand in een bijzonder kwetsbare positie’ (drank, twee volwassen mannen tegen een tiener in een auto). Daar ziet de rechtbank echter onvoldoende bewijs voor. Ze vroeg nog om een McFlurry bij McDonald’s, ze kon nog praten en toen ze zei dat ze naar huis wilde werd ze ook naar huis gebracht.
Onvoldoende bewijs betekent toch niet dat het niet is gebeurd?
Zeker. De rechtbank weet het dus niet. Maar dat betekent ‘onvoldoende bewijs’ en dat betekent weer vrijspraak. Er is geen middenweg tussen wel of niet veroordelen. Een beetje veroordelen kan niet.
Moet er tegenwoordig niet expliciet toestemming worden gevraagd voor seks?
Dan had het Openbaar Ministerie de zaak anders moeten insteken. Nu zette het Openbaar Ministerie, de aanklager dus, in op ‘misbruik maken van iemand in een kwetsbare positie’. Misschien was het beter geweest om te gaan voor ‘schuldverkrachting’. Dat is juridisch minder zwaar dan opzetverkrachting (waarbij de dader het slachtoffer onder dwang verkracht). Bij schuldverkrachting is geen sprake van dwang, maar zou de dader kunnen vermoeden dat ‘de ander’ niet wil en moet dan dus eerst expliciet toestemming vragen.

Beeld uit het filmpje van de vermeende verkrachting tijdens Koningsdag, een andere zaak die wel tot een veroordeling leidde. © Privébeeld
De term dook vorig jaar op in de zaak van de Italiaan Sirio S. die op Koningsdag een dronken Ierse vrouw verkrachtte die erbij lag als een ‘lappenpop’. Daar werd de dader wel veroordeeld, voor schuldverkrachting. Hij ‘wilde haar niet verkrachten’, maar zij was zo de weg kwijt dat hij echt had moeten checken of zij wel seks wilde. Dat had hij niet gedaan en dus werd het schuldverkrachting (en 1,5 jaar cel).
Waarom zijn de aanklagers dan niet specifiek op schuldverkrachting gaan inzetten?
Dat is een vraag voor het OM. Maar het is altijd een afweging van wat de meeste kans van slagen heeft. Het meisje verklaarde bij de politie dat ze niet had aangegeven dat ze niet wilde. En stel dat de mannen zeggen ‘dat ze aangaf dat ze seks wilde’ en het meisje zegt van niet, dan is het het woord van de een tegen het woord van de ander. Er waren geen getuigen, er is geen filmpje van het misbruik (wat bij die Koningsdagverkrachting wel zo was). Het OM vond inzetten op ‘misbruik maken van iemand in een kwetsbare positie’ blijkbaar kansrijker: ze had immers aardig wat op, zat bij twee oudere mannen in een auto op een afgelegen plek. De rechter had er in mee kunnen gaan.
Wat moet een slachtoffer dat zegt verkracht te zijn dan doen om recht te halen?
Rechtspraak is helaas niet altijd het antwoord. De lat om iemand te veroordelen in dit soort zedenzaken ligt sowieso hoog. Soms benadrukt een rechter daarom ook dat ‘er niet wordt getwijfeld aan het verhaal van het slachtoffer, maar dat het juridisch onvoldoende bewezen kan worden’. Om het slachtoffer toch een hart onder de riem te steken. Dat is ook in deze zaak gebeurd. De rechtbank vindt haar verhaal betrouwbaar, maar ziet onvoldoende bewijs voor haar kwetsbare positie.
En een schrale troost voor slachtoffers: ook bij vrijspraak in dit soort zaken blijven de verdachten nog lange tijd besmette personen. En tot slot: het Openbaar Ministerie kan nog in hoger beroep, wellicht voor ‘schuldverkrachting’. Een nieuwe poging wagen met een andere tenlastelegging dus.