
Als kind was ze al niet te temmen: druk, eigenwijs en nooit bang om tegen autoriteit in te gaan. In Volendam viel Mona Keijzer op als het meisje dat méér wilde dan het leven dat voor veel vrouwen daar was uitgestippeld. Familie en vrienden vertellen hoe die eigengereide tomboy uitgroeide tot minister en vicepremier.
Al op jonge leeftijd had Helga Keijzer door dat haar oudere zus Mona verbaal ‘wel érg sterk’ was: ,,Mona voerde vaak het hoogste woord bij ons thuis. Dat heeft ze van onze vader. Als ik wat wilde zeggen, moest ik bij wijze van spreken mijn vinger opsteken en duidelijk interrumperen om ertussen te kunnen komen.”
Ze wist dus wel dat Keijzer ‘veel in haar mars’ had. ,,Maar dat Mona minister en vicepremier zou worden? Dat had ik nooit kunnen bedenken.”
Maria Cornelia Gezina Keijzer is van 9 oktober 1968. Ze groeit op in Volendam en deelt een slaapkamer met haar één jaar en drie maanden jongere zus. Ook heeft ze een broertje, dat zeven jaar jonger is.
Veel lezen
Als kind is Keijzer druk, of in de woorden van de politica zelf: ‘héél druk!’ Ze is een echte tomboy. Slootje springen met de jongens uit het dorp, rennen, handballen… ze is altijd bezig. Al heeft ze ook tijd voor zichzelf nodig. Zo zit ze ook graag úren in kleermakerszit op de bank te lezen. Boeken van Thea Beckman verslindt ze.
En ze is autonoom. Achter in de tuin staat een poort waar vaak vriendinnetjes aankloppen. Haar moeder hoorde ze dan al roepen: „Is Mona thuis?” Soms gaat de jonge Keijzer erop in. Maar als ze geen zin heeft, zegt ze zachtjes tegen haar moeder: zeg maar dat ik aan het lezen ben.
Dat eigengereide herkennen haar familieleden wel. ,,Ze was een zelfstandig denker”, vertelt haar zus. ,,Ze deed wat ze zelf wilde, in plaats van dat ze het ‘gewenste’ gedrag liet zien. Dat botste weleens hier en daar. Bijvoorbeeld met de rector op de middelbare school. Die probeerde haar onder controle te krijgen, maar dat lukte hem niet zo goed. Ik kan me herinneren dat hij daar erg gefrustreerd over raakte.”
Héél erge puber
Ook Keijzer zelf erkent dat ze ‘een héél erge’ puber was, thuis meer dan op school. Vooral met haar vader – een autoritaire man – komt ze in conflict. De jonge Keijzer gaat fel tegen hem in als haar iets niet zint. En daar is haar vader dan weer niet van gediend.
Qua uiterlijk lijkt ze op haar moeder, maar qua innerlijk heeft ze veel meer van haar vader weg
Een van hun ruzies herinnert de politica zich nog als de dag van gisteren. Het was in de winter, het had gevroren en zij besloot over het bevroren meer naar Marken te lopen, een eilandje een paar kilometer van Volendam. Een gevaarlijke onderneming. Eén verkeerde stap op een zwakkere plek in het ijs, en het was klaar. Haar vader was zó boos. Ze krijgt er nog steeds kippenvel van als ze eraan denkt.
Keijzers nicht Alice Buijs denkt dat de twee water en vuur waren, omdat Keijzer zo veel op haar vader lijkt. „Qua uiterlijk lijkt ze op haar moeder. Maar qua innerlijk heeft ze veel meer van haar vader weg.”
Keijzers vader – vier jaar geleden overleden – heeft veel verschillende baantjes. Zo werkt hij in de plaatselijke viswinkel, en in het management van The Cats. Hij heeft moeite met autoriteit. En zoals Keijzer zelf lachend zegt: „Van wie zou ik het hebben!?”
Dromen van een studie
Maar ze is ook trots op hem, vooral op zijn mentaliteit. Haar vader heeft als jongetje zijn school nooit afgemaakt, maar is uiteindelijk wel de moedermavo gaan doen, tweedekansonderwijs. Daar heeft hij zijn boekhouddiploma gehaald. Zijn belangrijkste les die hij zijn kinderen meegeeft: ,,Wij kunnen alles. En wat wij niet kunnen, dat leren wij.”
Die mentaliteit heeft er volgens Helga voor gezorgd dat zij en haar zus durfden te dromen van een studie. In die tijd was dat in Volendam erg ongebruikelijk, vooral voor meisjes. „Wij moesten trouwen, kinderen krijgen en stoppen met werken. Daar was Mona het niet mee eens. Eigengereid als ze was ging ze als enige Volendamse uit haar afstudeerjaar naar de Universiteit van Amsterdam én op kamers. Daar is de basis gelegd voor haar politieke carrière.”
Dat de kinderen van Keijzer konden studeren was ook om een andere reden bijzonder: „We hadden het financieel gezien niet breed”, vertelt Helga. „We hadden altijd voldoende eten en er was ook geld voor iets lekkers. Maar uit eten gaan of op vakantie, dat gebeurde zelden. We zijn tot aan ons zestiende drie keer op vakantie geweest.”
Onbezorgde jeugd
Toch bestempelt Keijzer zelf haar jeugd als ‘onbezorgd’. Ze groeit op in een rijtjeshuis, waar ze met haar ouders in Volendams dialect spreekt. Iedere zondag na de kerk gaat ze op bezoek bij haar oma. Daar ziet ze haar ruim twintig neven en nichten. En de palingmuziek van The Cats en BZN gálmde door de speakers.
Al heeft Keijzer het beroemde Volendamse muzikale gen volgens José Molenaar, een vriendin van de middelbare school, niet meegekregen: „Hahaha! Mona kan echt níét zingen!” vertelt ze vrolijk. Keijzer heeft nog een blauwe maandag gitaarles gehad. Maar ook daar is ze nooit echt goed in geworden.
Het voordeel van opgroeien in Volendam is dat je een héél goede band hebt met je familie, vertelt Keijzers nicht Alice. ,,Die gemeenschapszin zit écht in het dorp. Iedereen zorgt voor elkaar.”
Ik was flink onder de indruk van hem
En toen kwam de omslag
Dat ‘zorgen voor’ heeft Keijzer wel gemerkt op haar dertiende, toen haar moeder kanker kreeg in haar voet. Moeder Keijzer ging een heftig behandeltraject in. „Maar opvang voor ons als kinderen was altijd goed geregeld. We konden altijd terecht bij ooms en tantes om te eten of te logeren als dat nodig was”, aldus Helga. „Elkaar helpen, dat was vanzelfsprekend.”
Hier is Keijzers sterke gevoel voor gemeenschapszin ontstaan, wat haar op haar twintigste lid maakte van het CDA. Tegen haar eigen verwachtingen in, overigens. Haar vader was altijd lid van de KVP, een van de voorlopers van het CDA. Dus Keijzer vond die partij maar niets. Maar haar roots blijken sterker dan gedacht.
De keerzijde van Volendam is overigens wel: over gevoelens praat je niet. „Dat doen we niet zo in Volendam…”, meent Helga. Nicht Alice beaamt dat: „In het begin was de ziekte van haar moeder heftig. Maar het kwam allemaal goed. En dan is het ook klaar.”
Hollandse Haaland
Op Keijzers zestiende ontmoet ze haar huidige man Ton in Discotheek The Movies in Volendam. „Ik was flink onder de indruk van hem. Hij was zo’n grote blonde viking, een soort Haaland. Héél sterk!”
Vriendin van de middelbare school José Molenaar vult snel aan dat Ton ‘die lange blonde manen alláng niet meer heeft’ – hij is nu kaal. Maar Keijzer is volgens haar nog altijd ‘even dol’ op hem. „Ze zijn nog steeds samen. Die loyaliteit, dat is óók Mona.”
Maar de enige man die Mona Keijzer écht heeft kunnen beteugelen, is volgens Alice Keijzers vader: ,,Wij krijgen Mona nooit stil. Dat is onmogelijk. Maar een paar jaar geleden gingen we met de familie op reis naar Suriname. Haar vader was ook mee. En hem lukte het wel. Als hij aan het woord was, was Mona stil. Volle bak aan het luisteren.”